retro
Faciliteer een gestructureerde retrospective met je team. Variabel format — kiest automatisch een passende werkvorm op basis van de situatie en teamdynamiek.
Retro
Metadata
Doel: Faciliteer een retrospective die tot echte verbeteringen leidt — niet een ritueel waar iedereen "ging prima" zegt. Elke retro gebruikt een ander format om sleur te voorkomen.
Aanpak: Kies een werkvorm op basis van de situatie (goed kwartaal, moeilijke sprint, nieuw team, conflict). Gestructureerde facilitatie met timeboxes, stille schrijfronde en concrete acties.
Output: Facilitatieplan met gekozen werkvorm, tijdsindeling, facilitatietips en actie-template.
Duur retro zelf: 60-90 minuten. Voorbereiding: 15-20 minuten.
Instructies
Fase 0: Context ophalen
Stap 1 — Check wat er al is Scan uploads, gedeelde mappen en workspace op relevante bestanden (eerdere retro-notities, actiepunten vorige retro, teamfeedback, data). Lees ze door.
Stap 2 — Slimme vragen stellen
- Wel context gevonden → Bevestig kort wat je ziet ("Ik zie dat jullie vorige retro 3 acties hebben afgesproken, klopt dat?"). Stel alleen vragen over wat je nog mist.
- Geen context → Stel onderstaande vragen.
- Context: Wat evalueren we? Een sprint, een kwartaal, een project, een lancering?
- Teamsamenstelling: Wie doet mee? Hoeveel mensen? Kennen ze elkaar goed?
- Sfeer: Hoe was de afgelopen periode? Goed, zwaar, neutraal, gespannen?
- Eerdere retro's: Hebben jullie eerder retro's gedaan? Wat werkte, wat niet?
- Specifieke aandacht: Is er iets specifieks dat besproken moet worden? (Incident, conflict, groot succes)
- Format: Hebben jullie een voorkeur voor een bepaald format, of mag ik kiezen?
Werkvorm Kiezen
Op basis van de situatie kies ik het meest passende format. Hieronder de opties met wanneer je ze inzet.
1. Start / Stop / Continue
Wanneer: Standaard retro, team kent elkaar, geen bijzondere spanning.
Structuur:
- Start: Wat moeten we gaan doen dat we nog niet doen?
- Stop: Wat moeten we stoppen omdat het niet werkt?
- Continue: Wat werkt goed en moeten we blijven doen?
Sterktes: Simpel, snel, iedereen begrijpt het. Zwaktes: Kan oppervlakkig worden als het team het te vaak doet.
2. 4L's (Liked, Learned, Lacked, Longed For)
Wanneer: Na een leerrijke periode, nieuw team, of wanneer je meer diepgang wilt dan Start/Stop/Continue.
Structuur:
- Liked: Wat ging goed? Waar was je blij mee?
- Learned: Wat heb je geleerd? Welke inzichten?
- Lacked: Wat miste je? Wat had je nodig maar niet?
- Longed For: Wat wens je voor de volgende periode?
Sterktes: Stimuleert reflectie op leren, niet alleen op doen. Zwaktes: Kan overlappen (Lacked vs Longed For).
3. Zeilboot (Sailboat)
Wanneer: Team heeft moeite om abstract te denken, visuele insteek helpt. Goed voor teams die retro's saai vinden.
Structuur (metafoor):
- Wind (wat drijft ons vooruit): Wat ging goed? Wat gaf energie?
- Anker (wat houdt ons tegen): Wat vertraagt ons? Wat frustreert?
- Rotsen (risico's): Welke gevaren zien we aankomen?
- Eiland (doel): Waar willen we naartoe? Wat is ons ideaal?
Sterktes: Visueel, maakt abstracte problemen bespreekbaar, leuk. Zwaktes: Metafoor kan afleiden van concrete issues.
4. Mad / Sad / Glad
Wanneer: Emotionele periode, team moet stoom afblazen, of je wilt bewust ruimte maken voor gevoel.
Structuur:
- Mad: Waar ben je gefrustreerd of boos over?
- Sad: Wat vind je jammer? Wat ging verloren?
- Glad: Waar ben je blij mee? Wat ging goed?
Sterktes: Maakt emoties bespreekbaar, laagdrempelig. Zwaktes: Kan verzanden in klagen als je niet goed doorvraagt naar oorzaken.
5. Tijdlijn-Retro
Wanneer: Na een langer project of kwartaal. Als je wilt begrijpen wat er WANNEER misging of goed ging.
Structuur:
- Teken een tijdlijn van de periode
- Team plakt positieve momenten boven de lijn, negatieve onder de lijn
- Loop de tijdlijn chronologisch door
- Identificeer patronen: waar gaat het steeds mis? Waar steeds goed?
Sterktes: Maakt patronen zichtbaar, concreet door tijdsgebondenheid. Zwaktes: Kost meer tijd, minimaal 90 minuten.
6. Energie-Retro
Wanneer: Team voelt vermoeid of gedemotiveerd. Focus op wat energie geeft vs. kost.
Structuur:
- Energie-gevers: Welke activiteiten, taken of momenten gaven energie?
- Energie-vreters: Wat kostte veel energie zonder dat het waarde opleverde?
- Ideale week: Als je je week opnieuw mocht inrichten, wat zou je veranderen?
Sterktes: Focust op welzijn en duurzaamheid, niet alleen output. Zwaktes: Levert soms acties op die buiten de invloed van het team liggen.
Facilitatieplan
Ongeacht het gekozen format, volg deze structuur:
Openin (5 min)
"Welkom bij de retro. Doel: samen terugkijken op [periode] en
concrete verbeteringen afspreken. Spelregels:
- Alles wat hier gezegd wordt, blijft hier
- We zoeken geen schuldigen, we zoeken verbeteringen
- Iedereen krijgt evenveel ruimte
- We eindigen met maximaal 3 concrete acties"
Incheckvraag (kies er één):
- "In één woord: hoe kijk je terug op de afgelopen sprint?"
- "Score 1-10: hoe ging het? Geen uitleg nodig, alleen het getal"
- "Welk weer past bij de afgelopen periode? Zonnig, bewolkt, storm?"
Stille Schrijfronde (8-10 min)
Dit is cruciaal. Zonder stille schrijfronde domineren de luidste stemmen.
- Iedereen schrijft individueel op post-its/in een doc
- Eén idee per post-it
- Geen discussie tijdens het schrijven
- Zet een timer — de stilte voelt ongemakkelijk maar werkt
Delen en Groeperen (15-20 min)
- Iedereen leest zijn/haar post-its voor (zonder discussie)
- Facilitator groepeert vergelijkbare items
- Vraag: "Herkent iemand zich hierin?" om draagvlak te peilen
- Geen "ja maar" — eerst alles op tafel
Verdieping (20-30 min)
Kies de 2-3 belangrijkste thema's (door te stemmen met stippen of handopsteken).
Doorvragen per thema:
- "Wat is de grondoorzaak hiervan?"
- "Wanneer begon dit? Was er een trigger?"
- "Wie heeft hier nog meer last van?"
- "Wat hebben we al geprobeerd om dit op te lossen?"
- "Wat zou het kleinste experiment zijn om dit te verbeteren?"
Let op:
- Als iemand stil is: "Ik ben benieuwd naar jouw perspectief hierop"
- Als het escaleert: "Laten we dit even parkeren en focussen op wat we eraan kunnen doen"
- Als het oppervlakkig blijft: "Kun je een concreet voorbeeld geven?"
Acties Definiëren (10-15 min)
Per thema: definieer maximaal 1 actie. Totaal maximaal 3 acties.
Per actie:
| Element | Invullen |
|---|---|
| Wat | Concrete actie (geen "we moeten beter communiceren") |
| Wie | Eén eigenaar (niet "het team") |
| Wanneer | Deadline of check-moment |
| Hoe meten we succes | Waaraan zien we dat het gelukt is? |
Voorbeeld:
Actie: Daily standup inkorten van 30 naar 15 minuten
Wie: Scrum Master (Lisa)
Wanneer: Vanaf volgende sprint
Succes: Standup eindigt binnen 15 min, team geeft aan dat
het genoeg is (check na 1 week)
Rode vlag: Meer dan 3 acties = niets wordt afgemaakd. Minder is meer.
Afsluiting (5 min)
- Herhaal de afgesproken acties
- Uitcheckvraag: "Noem één ding dat je meeneemt uit deze retro"
- Bedank het team
- Plan wanneer je de acties checkt (volgende standup? Volgende retro?)
Acties van Vorige Retro
Begin elke retro met een check op vorige acties. Zonder dit worden retro's een ritueel zonder gevolg.
"Vorige retro hebben we 3 acties afgesproken. Even checken:
1. [Actie] — [eigenaar]: Is dit gebeurd? Wat was het resultaat?
2. [Actie] — [eigenaar]: Status?
3. [Actie] — [eigenaar]: Status?
Wat leren we hieruit?"
Als acties niet zijn opgepakt, bespreek waarom — niet om af te rekenen, maar om te begrijpen of de actie realistisch was.
Facilitatietips
- Jij bent facilitator, geen deelnemer. Jouw mening komt als laatste (of helemaal niet)
- Stilte is oké. Na een vraag 10 seconden wachten voelt lang maar levert de beste antwoorden
- Bescherm de stille mensen. "We hebben van 4 van de 6 mensen gehoord — wie wil nog?"
- Parkeer off-topic issues. "Goed punt, maar valt buiten deze retro. Ik zet het op de parkeerplaats"
- Eindig op tijd. Liever een onvolledig gesprek dat op tijd eindigt dan uitlopen
- Wissel van format. Gebruik niet 5x achter elkaar Start/Stop/Continue — sleur doodt eerlijkheid
- Maak het veilig. Als je voelt dat mensen terughouden, overweeg een anonieme ronde
Output
Lever het volgende op:
- Gekozen werkvorm — met rationale waarom dit format past bij de situatie
- Facilitatieplan — tijdsindeling met alle fasen en exacte tijden
- Vragen per fase — doorvragen die de facilitator kan gebruiken
- Actie-template — tabel voor het vastleggen van acties
- Incheckvraag — passend bij de sfeer
- Check vorige acties — reminder om hiermee te openen
Veel Voorkomende Fouten
- Geen stille schrijfronde — de luidste stemmen domineren, introverte teamleden haken af
- Te veel acties — 5+ acties = niets gebeurt. Maximaal 3
- Acties zonder eigenaar — "het team gaat beter communiceren" is geen actie
- Nooit het format wisselen — na 4x Start/Stop/Continue zegt iedereen hetzelfde
- De retro als klaaguurtje — zonder doorvragen op oorzaak en actie is het ventileren zonder verbetering
- Vorige acties niet checken — dan weet het team: retro-acties worden toch niet opgepakt
- Facilitator die meedoet — als jij je mening geeft, stoppen anderen met eerlijk zijn
- Psychologische veiligheid negeren — als mensen bang zijn voor consequenties, krijg je nep-feedback
Bronnen
- Esther Derby & Diana Larsen — Agile Retrospectives: Making Good Teams Great (2006)
- Ben Linders — Getting Value out of Agile Retrospectives (2013)
- Retromat (retromat.org) — database met 100+ retro-activiteiten
- Product Faculty — teamdynamiek en psychologische veiligheid