aannames-bedenken
Identificeer de riskante aannames onder je idee of feature. Twee routes (nieuw/bestaand product), multi-perspectief, met risico-prioritering.
Aannames Bedenken
Metadata
Doel: Maak expliciet welke aannames je product- of feature-idee steunt. Niet om ze allemaal gelijk te valideren, maar om te weten welke het meest gevaarlijk zijn als ze fout zijn.
Aanpak: Twee routes afhankelijk van context (nieuw product vs. feature in bestaand product). Multi-perspectief (PM, Designer, Engineer). Integratie van Product Faculty's Leverage Discovery hypothesen. Risico-prioritering: welke aanname raakt je meest als die fout is?
Output: Prioriteised list van 10-15 aannames, top 3 met risico-klassificatie, confidence ratings per aanname (1-5), aanbevolen experiment-type per top-3.
Instructies
Fase 0: Context ophalen
Stap 1 — Check wat er al is Scan uploads, gedeelde mappen en workspace op relevante bestanden (eerdere assumptions-analyses, validatie-experiments, research-notes). Lees ze door.
Stap 2 — Slimme vragen stellen
- Wel context gevonden → Bevestig kort wat je ziet ("Ik zie [X], klopt dat?"). Stel alleen vragen over wat je nog mist.
- Geen context → Stel onderstaande vragen.
- Het idee: Wat is precies het product-idee of de feature? (Beschrijf in 1-2 zinnen)
- De context: Is dit een volledig nieuw product of een feature in een bestaand product?
- De bron: Waarom denk je dat dit het juiste antwoord is? (Klantfeedback? Markttrend? Je eigen frustratie?)
- Doelgroep: Voor wie is dit? (Vul zo concreet mogelijk in)
- Urgentie: Welke aannames zijn cruciaal om volgende week al te valideren, en welke kunnen nog even wachten?
Framework: Twee Routes
Route A: Nieuw Product (6 categorieën)
Als je een volledig nieuw product bouwt, zijn dit de kritieke aannames:
1. VALUE: Hebben mensen dit probleem echt?
- "Onze doelgroep ervaart dit als een pijnpunt met hoge prioriteit"
- "Dit probleem kost hun significant tijd/geld/moeilijkheid per maand"
- "Ze hebben al geprobeerd dit op te lossen (met workarounds of tools)"
- "Ze zouden actief geld/inspanning willen investeren om dit op te lossen"
Rode vlag: "Ze zeiden dat het interessant leek" is geen aanname dat er waarde is.
2. USABILITY: Kunnen mensen ons product werkelijk gebruiken?
- "De gebruikersinterface is intuïtief voor onze doelgroep"
- "De learning curve past bij hun beschikbare tijd/geduld"
- "Ze hebben de juiste apparaten/vaardigheden/context om dit te gebruiken"
- "Onboarding duurt niet langer dan X minuten"
Rode vlag: "We bouwen voor tech-savvy users" is in veel markten een dodesteek.
3. FEASIBILITY: Kunnen wij het technisch bouwen?
- "Met huidiger team en skill-set is dit haalbaar in X maanden"
- "We hebben geen blockers op 3rd-party integraties/APIs"
- "De kosten voor hosting/infra passen binnen budget"
- "Deze tech-stack schaal mee als we groeien"
Rode vlag: "We gaan een AI-model trainen" is geen aanname, dat is engineering-werk. Wel: "We kunnen dit model in goede kwaliteit runnen op gebruiker's apparaat" kan een aanname zijn.
4. VIABILITY: Is dit financieel gezond?
- "We kunnen dit tegen X prijs verkopen"
- "Onze target Unit Economics (ratio bv. CAC:LTV) zijn positief op 24 maanden"
- "Concurrenten prijzen dit ook tegen X, dus dat gat bestaan"
- "De opslag die we nemen is verdedigbaar vs. waarde"
Rode vlag: "We verkopen tegen $9/maand maar CAC is $500" is een aanname die direct waarschijnlijk fout is.
5. GO-TO-MARKET: Kunnen we klanten bereiken?
- "Er is een bestaand channel/platform waar onze doelgroep verzameld zit"
- "Onze boodschap resonates met messaging op die plek"
- "We hebben toegang tot of budget voor die channel"
- "Concurrenten gebruiken dezelfde channel, dus het werkt"
Rode vlag: "We zullen viral gaan" is geen Go-to-Market aanname, dat is hoop. "We kunnen betaalde acquisition tot X CAC runnen op Product Hunt" is concreet.
6. STRATEGY: Fit dit in wat we willen zijn?
- "Dit product strengthens ons brand/positioning"
- "Dit sluit aan op langetermijn roadmap/vision"
- "Dit brengt ons niet in directe conflict met bestaande inkomstenbronnen"
- "Dit helpt ons defensible competitive advantage bouwen"
Rode vlag: "Dit volgt de markt" is het tegenovergestelde van strategie.
Route B: Bestaand Product (4 categorieën)
Als je een feature in een bestaand product toevoegt:
1. VALUE: Zal deze feature het kernprobleem van doelgroep oplossen?
- "De doelgroep erleeft het huiidigen workflow als pijnlijk in onderdeel X"
- "Ze hebben aangegeven dat ze bereid zijn dit als eerste te verbeteren"
- "Deze feature lost het probleem op (niet: voegt mogelijkheid toe)"
- "Ze zouden dit maanden eerder willen hebben dan feature Y"
Rode vlag: "Product team vindt dit cool" is irrelevant. "3 van onze 5 best customers vroegen hier expliciet om" is relevant.
2. USABILITY: Past dit bij het bestaand product en user behavior?
- "Onze gebruikers zullen dit feature vinden (discovery)"
- "De UI/UX past in het bestaand design system"
- "De workflow onderbreekt niet het bestaand happypath"
- "Adoption rate zal boven X% liggen (t.o.v. baseline features)"
Rode vlag: "Het past technisch in de codebase" betekent niet dat het usable is.
3. FEASIBILITY: Is dit haalbaarheid in ons development cycle?
- "Dit past in X sprints zonder huiidig roadmap te blokkeren"
- "We hebben geen upstream-dependency issues"
- "Geen onverwachte technical debt risk"
Rode vlag: "We zullen het refactoren" bij feature-adds = scope creep.
4. VIABILITY: Helpt dit onze economie?
- "Dit verhoogt retention/engagement met Y% (baseline: Z%)"
- "Dit reduceert support tickets (impact: aantal per maand)"
- "Dit opens nieuw segment (IAC growth) of verhoogt ARPU"
- "Dit voorkomt customer churn naar competitor (defensief value)"
Rode vlag: "Dit is nice-to-have" is geen viability-aanname.
Discovery Hypothesen: Een Extra Lens
Buiten deze categorieën, raadpleeg altijd Product Faculty's 4 Core Hypothesen uit Leverage Discovery:
H1: DOELGROEP — Wie dienen we werkelijk?
- "Ons huiidigen ICP (Ideal Customer Profile) is X"
- "Dit feature attracts/retains vooral [segment], niet [ander segment]"
- "We begrijpen de jobs/pains van deze groep goed genoeg om dit te bouwen"
Onderzoeksvraag: Zit dit feature in de top 3 pijnpunten voor dit segment?
H2: ALTERNATIEVEN — Wat gebruiken ze vandaag?
- "Ze gebruiken huiidigen alternatieven: [A], [B], [C]"
- "Onze feature is duidelijk beter dan [B] in onderdeel X"
- "We weten waarom ze niet zelf deze feature in [C] hebben gebouwd"
Onderzoeksvraag: Hoe ziet het huiidigen workflow eruit en waarom is onze feature beter?
H3: VOORDEEL — Wat kunnen wij dat concurrenten niet?
- "Concurrents features vergelijkbaar, maar wij hebben [defensible voordeel]"
- "Dit voordeel is moeilijk te kopieren (network, data, positioning)"
- "Dit voordeel rechtvaardigt onze prijs/positioning"
Onderzoeksvraag: Wat kunnen wij hier uniek doen dat competitors niet makkelijk kunnen copyen?
H4: TREND — Wat maakt dit nu mogelijk?
- "Marktshift [technologie / regelgeving / behavior] maakt dit relevant nu"
- "Dit moment voorbij, dit feature wordt irrelevant over 18 maanden"
- "Onze timing is strategic, niet lukraak"
Onderzoeksvraag: Waarom lukt dit NU en niet vorig jaar? Wat verandert?
Stap 1: Lijst de Kandidaat-Aannames
Werk beide routes parallel (of kies Route A/B afhankelijk van context). Brainstorm per categorie:
Template voor brainstormen:
ROUTE A / ROUTE B: [Categorienaam]
Onze aannames zijn:
1. [Aanname 1 — begin altijd met "We geloven dat..."]
2. [Aanname 2]
3. [Aanname 3]
...
Tip: Elke aanname moet:
- Falsifieerbaar zijn (niet: "klanten zullen het willen", wel: "minstens 40% van doelgroep zal dit maanden eerder willen hebben dan alternatieven")
- Observable zijn (niet: "dit is innovatief", wel: "de feature biedt 3x sneller workflow dan huiidigen alternatief X")
- Gemeten kunnen worden (getal, % of ja/nee observatie)
Stap 2: Multi-Perspectief — PM, Designer, Engineer
Dit is cruciaal. Elke rol heeft ander blinde plekken.
PM-Perspectief
- Focusseert op VALUE en VIABILITY
- Risk: overdrijft wat klanten willen; onderschat execution risk
- Vragen: "Hebben we direct met klanten gesproken? Hebben ze actief om dit gevraagd?"
Designer-Perspectief
- Focusseert op USABILITY en VALUE (hoe voelt het?)
- Risk: optimaliseert elegantie boven simplicity; onderschat doelgroep werkelijkheid
- Vragen: "Wie moet dit echt gebruiken? Wat is hun huiidigen context? Hoe snel moeten ze dit leren?"
Engineer-Perspectief
- Focusseert op FEASIBILITY en scalability
- Risk: ziet alleen technical blockers; onderschat user-behavior impact
- Vragen: "Wat kan fout gaan? Welke dependencies missen we? Wat breekt als 10x meer users dit gebruiken?"
Praktijk: Leid elk perspectief apart 15 minuten, dan merge:
- "PM, wat zijn jouw top-3 riskante aannames?"
- "Designer, hoe ziet een user dit werkelijk gebruiken? Wat kan misgaan?"
- "Engineer, waar zie jij technical risk?"
- Merge tot gedeelde top-3 lijst.
Stap 3: Confidence Rating per Aanname
Score elke aanname 1-5:
- 5: "We hebben dit gevalideerd in 10+ klantgesprekken, alle zeiden ja, en zelfs betaald al"
- 4: "Klanten hebben dit directe gevraagd, en concurrenten bieden het, dus markt bestaat"
- 3: "Dit klinkt logisch, maar we hebben het niet direct getest; wel past het in bekende patronen"
- 2: "Dit is een intelligent gok, maar we hebben weinig data; veel kan hier fout gaan"
- 1: "Dit is puur speculatie; we hebben geen data of expert consensus"
Belangrijk: Lage confidence = hoge prioriteit voor validatie. Niet het tegenovergestelde!
Stap 4: Risico-Klassificatie
Niet alle aannames zijn even belangrijk. Klassificeer per aanname:
TIG — Tight Integration with Growth
Deze aanname bepaalt of het product überhaupt schaalbaar is. Fout = volledig mislukt.
Voorbeelden:
- "Er is marktevraag voor dit probleem" (TIGE)
- "We kunnen economisch klanten bereiken" (TIGE)
- "Unit economics worden positief op 24 maanden" (TIGE)
TOY — Techno Opportunity Yield
Deze aanname bepaalt of we het technisch kunnen bouwen op schaal.
Voorbeelden:
- "We kunnen dit op gebruikers-apparaat runnen onder 2s latency" (TOY)
- "De API's die we nodig hebben zijn beschikbaar" (TOY)
MUST — Must-haves voor product-market fit
Deze aannames bepalen of het product bruikbaar en begeerd is.
Voorbeelden:
- "Doelgroep vindt deze UI intuïtief" (MUST)
- "Setup duurt <5 minuten" (MUST)
Rangschikking voor validatie:
- TIGE — validate eerst (stop-loss)
- MUST — validate tweede (product betreft)
- TOY — validate derde (execution betreft)
Stap 5: Top-3 Aannames met Experiment-Type
Selecteer je top-3 meest risicante/laag-confidence aannames. Voor elk:
- Aanname (statement)
- Huiidigen confidence (1-5)
- Waarom dit risicant (als dit fout is, wat gaat er mis?)
- Aanbevolen experiment-type (zie overzicht hieronder)
Experiment-Type Overzicht
Route A (Nieuw Product)
- VALUE-aannames valideer met: Customer interviews (klachten 10+ targets), pretotype (landing page, explainer video), fake door (pre-order/waitlist)
- USABILITY-aannames valideer met: Prototype usability test (5-8 users), concierge MVP (jij doet het handmatig voor hen)
- FEASIBILITY-aannames valideer met: Technical spike, proof-of-concept
- VIABILITY-aannames valideer met: Pricing experiment (fake pricing page), cohort analysis (simulation)
- GTM-aannames valideer met: Channel test (pilot paid ads), fake door via channel (zie je opscaling)
Route B (Bestaand Product)
- VALUE-aannames valideer met: A/B test feature (percentage users zien het), cohort analysis (engage rate verschil)
- USABILITY-aannames valideer met: Prototype in staging (intern + 5-10 power users), heatmap/session recording
- FEASIBILITY-aannames valideer met: Technical spike, load test
- VIABILITY-aannames valideer met: Cohort analysis (retention/engagement verschil), revenue impact simulation
Output Checklist
Lever het volgende op:
- Volledige aannames-lijst — minimaal 10-15 items, per route/categorie
- Confidence-ratings — 1-5 per aanname
- Risk-klassificatie — TIGE / MUST / TOY per aanname
- Top-3 prioriteit — gerangschikt op risico + lage confidence
- Experiment-aanbevelingen — per top-3 aanname, type + korte beschrijving
- Merge-rapport — hoe PM, Designer, Engineer het eens zijn (en waar ze het nog niet eens zijn)
Veel Voorkomende Fouten
- Te veel aannames tegelijk willen valideren — focus op top-3, niet alle 15
- Confidence overschatten omdat je "voelde dat het klopt" — gevoel is niet data
- Geen onderscheid tussen TIGE/MUST/TOY — niet alle aannames zijn even kritiek
- VALUE-aanname confunderen met feature-feedback — "feature klinkt cool" ≠ "probleem is groot"
- De Designer/Engineer niet echt vragen — monoloog van PM is bias
- Aanname is te breed ("doelgroep zal het willen") — specifiek maken ("minstens 40% van X zal dit kiezen boven Y")
- Geen back-up experiment gedefinieerd — "wat doen we als experiment faalt?"
Bronnen
- Product Faculty — Leverage Discovery (hypothesen H1-H4, prioritering TIGE/MUST/TOY)
- Teresa Torres — Continuous Discovery Habits (aanname-driven discovery)
- Marty Cagan — Inspired (risky assumptions)
- Lean Startup — aanname-testing discipline